Contact

CD van de maand juni: Colin Linden - Still Live -
(Crosscut Records CCD12012)

Colin Linden's twaalfde soloalbum "Still Live" is zijn eerste liveplaat in dertig jaar en wat voor één!
Uit het album “From The Water” koos Linden voor deze liveopnames o.a. het Taj Mahal-achtige "Smoke Em All", waarin het funky akoestische gitaarwerk ook doet denken aan Bernie Pearl. Verder horen we de songs "Between The Darkness And The Light Of Day", "John Lennon In New Orleans", "From The Water" en "Sinking Down Slow", songs die oorspronkelijk zijn opgenomen in een kleine club in Nashville, maar hier beter tot hun recht komen.
Of het nu gaat om akoestische rootsmuziek of John Martyn-achtige progressieve folkblues, Linden laat zich wat stijl betreft geen enkele beperking opleggen.


Hij trekt met zijn maatjes John Dymond en Gary Craig van Blackie & The Rodeo Kings, en speciale gast-toetsenist Spooner Oldham, stevig van leer op het openings nummer, “Big Mouth”. Het siert Linden echter dat hij het grotendeels op eigen kracht doet; de begeleiding dient vooral als aanvulling, want hun inbreng is vooral subtiel, zeker niet overheersend. Linden is zo bedreven met de slide dat je soms het idee hebt dat er twee gitaristen tegelijk aan het spelen zijn. Het mooie is dat zijn gitaarwerk toch in dienst staat van het liedje, omdat Linden de kunst ook verstaat om niet te overdrijven. Op zijn best is hij als hij de gitaar laat scheuren, wat hij volop doet op enkele rocknummers en vooral op het slide gedragen “Who’s Been Talking?” van Willie Dixon. Naast deze cover zijn alle elf andere tracks op dit livealbum geschreven door Linden zelf of co-written met anderen, waaronder zijn vrouw, de romanschrijfster Janice Powers. Voor de slow blues ballad “Sinking Down Slow” zijn ze zelfs de lyrics gaan zoeken bij één van Powers’ laatste romans.
Colin Linden laat op dit nieuwe album de wederopstanding horen van de kleine bluescombo’s, zoals we die kennen uit de jaren zestig en zeventig, waarbij hij zijn gitaar laat gieren en scheuren met slide als handelsmerk, het knappe daarbij is dat hij de rauwheid en de ongepolijstheid van de blues juist vast weet te houden, en misschien zelfs wel weet te versterken, terwijl hij door de geraffineerde arrangementen en de ingenieuze ritmewisselingen meer diepgang weet te bereiken dan in het genre gebruikelijk is. Hoewel Linden zich muzikaal gezien niet op één stijl vast pint, weet hij toch een opvallende eenheid tussen de nummers te bewaren. En dat is de kracht van de echte liedjesschrijver.
Vergeefse moeite als je hier wacht op ook maar één moment van zwakte; van de opener tot het scheurende en afsluitende “I Give Up” bevatten deze songs allemaal superieur materiaal, getuigend van een ongelooflijke instrumentbeheersing en een al even indrukwekkend schrijverstalent. 

(rootstime.be / bewerking: Dr.Groove)

Reageren is niet mogelijk op dit bericht.